eg

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

handeg
Uitspraak
Woordafbreking
  • eg
enkelvoud meervoud
naamwoord eg eggen
verkleinwoord egje egjes

Zelfstandig naamwoord

eg

  1. een landbouw- of tuinbouwwerktuig dat gebruikt wordt voor het zaaiklaar maken van de grond.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /æx/ ~ /ɛɪ/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

eg o

  1. ei
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief eg - egske - egger - egskes -
genitief egs - egskes - egger - egskes -
locatief egges - eggeske - eggese - eggeskes -
datief egge - egske - egger - egskes -
accusatief eg - egske - egger - egskes -
Synoniemen


Jamaicaans Patois

Zelfstandig naamwoord

eg

  1. ei
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/eg"
Persoonlijke instellingen