eerder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·der

Bijwoord

eerder

  1. vroeger in de tijd
    Ik wil eerder weggaan dan gepland.
  2. liever.
    Ik heb eerder een motor dan een auto.
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eerder
verbogen eerdere

Bijvoeglijk naamwoord

eerder

  1. van vroegere datum
    Zijn eerdere boek was toch beter.