ecoloog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eco·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel eco- met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord ecoloog ecologen
verkleinwoord (ecoloogje) (ecoloogjes)

Zelfstandig naamwoord

ecoloog m

  1. (beroep) een wetenschapper die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
Verwante begrippen
Vertalingen