dreiging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- drei·ging
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van dreigen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dreiging | dreigingen |
| verkleinwoord | dreigingetje | dreigingetjes |
Zelfstandig naamwoord
dreiging v
- een bestraffende handeling die in het vooruitzicht is gesteld
- De dreiging van opsluiting werd de inbreker teveel en hij stopte ermee.