dreef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • dreef

Werkwoord

vervoeging van
drijven

dreef

  1. enkelvoud verleden tijd van drijven
    Ik dreef.
    Jij dreef.
    Hij, zij, het dreef.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen