doorzeven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·ze·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorzeven |
doorzeefde |
doorzeefd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
doorzéven
- (overgankelijk) een groot aantal projectielen door iets heen schieten
- De auto werd in de schietpartij doorzeefd.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doorzeven |
zeefde door |
doorgezeefd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dóórzeven
- (overgankelijk) door een zeef doen passeren
- Dit zijn op zijn Engels gaargekookte aardappelen, afgegoten, doorgezeefd en terug op de stoof geplaatst.
- (inergatief) doorgaan met zeven
- Zij hadden flink doorgezeefd en het karwei was bijna klaar.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Voorvoegsel door- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands