dirigeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- di·ri·ge·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dirigeren |
dirigeerde |
gedirigeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
dirigeren
- (overgankelijk) (muziek) leiding geven aan een groep mensen die musiceren
- Hij heeft dat orkest enige tijd gedirigeerd.
- (overgankelijk) mensen ergens heensturen
- Ze werden door de politieagent naar een zijstraat gedirigeerd.