differentiëren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dif·fe·ren·tië·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| differentiëren |
differentieerde |
gedifferentieerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
differentiëren
- verdelen volgens een bepaalde verdeelsleutel
- (overgankelijk) (wiskunde) het berekenen van de lokale stijging in een functie, het bepalen van de afgeleide van een functie