dictator
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- dic·ta·tor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dictator | dictatoren, dictators |
| verkleinwoord | dictatortje | dictatortjes |
Zelfstandig naamwoord
dictator m
- (politiek) iemand die als enige de macht in een land in handen heeft
- Er heerste een euforische stemming na het vertrek van de gehate dictator.
Synoniemen
Vertalingen
1. iemand die als enige de macht in een land in handen heeft
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.