deugdelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- deug·de·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | deugdelijk | deugdelijker | deugdelijkst |
| verbogen | deugdelijke | deugdelijkere | deugdelijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
deugdelijk
- degelijk.
- Zij is een deugdelijke vrouw.
- niet voor twijfel vatbaar
- Ik vind dat wel een deugdelijke reden.
- aan alle eisen voldoen
- Dat is wel een deugdelijke uitvoering van de geplande werken.
Bijwoord
deugdelijk
- zeker, in hoge mate
- Dat is deugdelijk merkbaar.