deugd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- deugd
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse doghet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deugd | deugden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- iets dat goed is in zedelijk opzicht
- Het is een grote deugd dat hij zo behulpzaam is.
Verwante begrippen
Spreekwoorden
- Van de nood een deugd maken