desambigueren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • des·am·bi·gu·e·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
desambigueren
desambigueerde
gedesambigueerd
zwak -d volledig

Werkwoord

desambigueren

  1. (overgankelijk) eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen
    Het desambigueren van dubbelzinnige termen.
Verwante begrippen
Vertalingen