dein

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dein

Werkwoord

vervoeging van
deinen

dein

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deinen
    Ik dein.
  2. gebiedende wijs van deinen
    Dein!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deinen
    Dein je?


Duits

Woordherkomst en -opbouw
Uitspraak

Bezittelijk voornaamwoord

dein

  1. jouw (nominatief mannelijk, nominatief onzijdig en accusatief onzijdig)