cyste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cys·te
enkelvoud meervoud
naamwoord cyste cysten, cystes
verkleinwoord cystetje cystetjes

Zelfstandig naamwoord

cyste v/m

  1. (medisch) een holte gevuld met vocht
    Dat is een erg grote cyste.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen