conserveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: conserveren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- con·ser·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Franse conserver of daarvoor van het Latijnse 'conservare' (met het achtervoegsel -eren) [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| conserveren |
conserveerde |
geconserveerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
conserveren
- (overgankelijk) verduurzamen, tegen bederf beschermen
- Je kunt deze vruchten ook conserveren.
- (overgankelijk) in stand houden van iets
- Dit oude monument is goed geconserveerd.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.