complot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·plot
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse complot
enkelvoud meervoud
naamwoord complot complotten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

complot o

  1. geheime samenwerking van meerdere personen om een bepaald doel te bereiken
    De gevallen burgemeester vermoedt een complot tegen zijn persoon.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen