complot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·plot
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Franse complot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | complot | complotten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
complot o
- geheime samenwerking van meerdere personen om een bepaald doel te bereiken
- De gevallen burgemeester vermoedt een complot tegen zijn persoon.