chromosoom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chro·mo·soom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chromosoom chromosomen
verkleinwoord chromosoompje chromosoompjes

Zelfstandig naamwoord

chromosoom o

  1. (biologie) staafachtig lichaampje in de celkern dat drager van erfelijke eigenschappen is
    Bij de mens hebben de lichaamscellen 23 paren chromosomen, te weten 22 paren autosomen en 1 paar geslachtschromosomen.
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen