cassette
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cas·set·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cassette | cassetten, cassettes |
| verkleinwoord | cassettetje | cassettetjes |
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Franse cassette
Zelfstandig naamwoord
cassette v
- (techniek) een behuizing voor video- en audiobanden
- Een videoband zit vaak in een cassette.
- (techniek) het geheel aan tandwielen op het achterwiel van een fiets
- Een cassette met ketting.
- een kistje voor het veilig bewaren van geld of bestek
- Dit 12-delige bestek zit in een cassette met 3 laden.
- (bouwkunde) een geprofileerde tegel
- Met hun afmeting van 54 x 54 centimeter zien de cassettes eruit als tapijttegels.
Synoniemen
- [2] pignon
Hyponiemen
- [1] audiocassette, videocassette
- [3] bestekcassette
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een behuizing voor video- en audiobanden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.