bivakkeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·vak·ke·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bivakkeren
bivakkeerde
gebivakkeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

bivakkeren

  1. (inergatief) in de open lucht een kamp hebben
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen