bevechten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vech·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevechten
bevocht
bevochten
klasse 3 volledig

Werkwoord

bevechten

  1. (overgankelijk) iets/iemand ~: de strijd aanbinden met iets/iemand
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen