betwisten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·twis·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betwisten
betwistte
betwist
zwak -t volledig

Werkwoord

betwisten

  1. (overgankelijk) iemand iets ~ iemand het recht op iets of de juistheid van iets trachten te ontzeggen
  2. de onjuistheid betogen of het tegendeel staande houden van, aanvechten, tegenspreken
Vertalingen