bepleiten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·plei·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bepleiten |
bepleitte |
bepleit |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bepleiten
- (overgankelijk) argumenten aandragen om een te nemen beslissing in bepaalde zin te beïnvloeden
- Er werd een verlaging van het tarief bepleit.