pleidooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plei·dooi
enkelvoud meervoud
naamwoord pleidooi pleidooien
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pleidooi o

  1. een rede die een advocaat houdt voor een rechtbank om te pleiten voor zijn cliënt
    Volgende week zal het OM reageren op de pleidooien van de advocaten.
  2. dringend verzoek, betoog om iets te doen
    Er moet een krachtig pleidooi gehouden worden om de regering op andere gedachten te brengen.
    Hij vond gehoor met het pleidooi om snel aan de slag te gaan.