beoefenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·oe·fe·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beoefenen |
beoefende |
beoefend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beoefenen
- (overgankelijk) bij regelmaat zich in iets bekwamen
- De Elamitische taal wordt maar door zeer weinigen beoefend.