bemerken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·mer·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bemerken |
bemerkte |
bemerkt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bemerken
- (overgankelijk) zich ergens bewust van worden
- Maar de mensen bemerkten de vloedgolf pas bij het aanschouwen, dodelijk verschrikt door het aanstormend geweld en het overdonderende geluid.