bemerken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mer·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van merken met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemerken
bemerkte
bemerkt
zwak -t volledig

Werkwoord

bemerken

  1. (overgankelijk) zich ergens bewust van worden
    Maar de mensen bemerkten de vloedgolf pas bij het aanschouwen, dodelijk verschrikt door het aanstormend geweld en het overdonderende geluid.
Vertalingen