belijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·lij·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| belijden |
beleed |
beleden |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
belijden
- (overgankelijk) een verklaring afleggen een bepaald geloof aan te hangen
Vertalingen
1. een verklaring afleggen een bepaald geloof aan te hangen