behoeftigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hoef·tig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord behoeftigheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

behoeftigheid v

  1. onvermogen buiten de hulp van anderen te kunnen
    Het steunverlenend Centrum oordeelt eigenmachtig over de staat van behoeftigheid van de betrokken persoon [...].[1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. blz 255. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn: de organieke wet van 8 juli 1976 en aanverwante wetgeving
    Door Marc Mahieu, Ann Lukowiak
    Uitgegeven door Maklu, 1999 ISBN 9062156169, 9789062156160