bebouwing
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈbʌʊ̯.β̞ɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈbɔʊ̯.β̞ɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈbaʊ̯.wɪŋ/
Woordafbreking
- be·bou·wing
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bebouwing | bebouwingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
bebouwing v
- het construeren van een gebouw op een stuk land
- Het land werd drooggelegd en geschikt gemaakt voor bebouwing.
- de gebouwen op een stuk grond
- Op rijksniveau wordt in de Nota Ruimte 2006 een paragraaf gewijd aan 'Optimale benutting van de bestaande bebouwing en ruimte voor nieuwbouw'.
Vertalingen
1. het construeren van een gebouw op een stuk land
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.