bebouwing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·bou·wing
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bebouwen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bebouwing bebouwingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bebouwing v

  1. het construeren van een gebouw op een stuk land
    Het land werd drooggelegd en geschikt gemaakt voor bebouwing.
  2. de gebouwen op een stuk grond
    Op rijksniveau wordt in de Nota Ruimte 2006 een paragraaf gewijd aan 'Optimale benutting van de bestaande bebouwing en ruimte voor nieuwbouw'.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen