beantwoordt
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- be·ant·woordt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| beantwoorden |
beantwoordt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden
- Jij beantwoordt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden
- Hij beantwoordt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van beantwoorden
- Beantwoordt!