baljuw
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- bal·juw
Woordherkomst en -opbouw
- Van Latijn baiulare (torsen, dragen), nl. het dragen van een ambt.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | baljuw | baljuws |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
baljuw m
- ambtenaar binnen het stadsbestuur, veelal belast met de rechtspraak
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.