attest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • at·test
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord attest attesten
verkleinwoord attestje attestjes

Zelfstandig naamwoord

attest o

  1. schriftelijk bewijs
    De sporter heeft een medisch attest voor het middel waarvan sporen werden aangetroffen bij de dopingcontrole.
Vertalingen

Meer informatie