appendix
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ap·pen·dix
Woordherkomst en -opbouw
- [1], [3], [4], [5] Ontleend aan het Latijnse appendix.
- [2] Verkort uit de Latijnse benaming appendix veriformis (wormvormig aanhangsel).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | appendix | appendices |
| verkleinwoord | appendixje | appendixjes |
Zelfstandig naamwoord
- iets wat ergens aan hangt, aanhangsel
- Bij klassieke standbeelden zijn de vele fijne appendices vaak afgebroken.
- (anatomie) wormvormig aanhangsel van de blindedarm
- Een blindedarm wordt ook wel oneigenlijk appendix genoemd.
- (plantkunde) driehoekig uitgroeisel aan de lip van orchideeën van het geslacht spiegelorchis (Ophrys)
- Waarschijnsel speelt de appendix een rol bij het aantrekken van bestuivers.
- bijlage, document dat aan een ander schriftstuk toevoegd wordt (bv. een rekening)
- Ik heb verscheidene facturen als appendix bij mijn belastingaangifte gevoegd.
- aanvullende informatie die achteraan een document toegevoegd wordt
- Dit artikel heeft drie appendices.