aanhangsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hang·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanhangsel aanhangselen, aanhangsels
verkleinwoord aanhangseltje aanhangseltjes

Zelfstandig naamwoord

aanhangsel o

  1. toevoegsel
    De juiste antwoorden op de vragen zijn gegeven in het aanhangsel achter in het boek.
Vertalingen