apotheose

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apo·the·o·se
enkelvoud meervoud
naamwoord apotheose apotheosen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

apotheose v , de

  1. slotstuk van een opvoering vertoond met veel pracht en praal
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen