antedateert
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- an·te·da·teert
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| antedateren |
antedateert
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antedateren
- Jij antedateert.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antedateren
- Hij antedateert.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van antedateren
- Antedateert!