amuseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • amu·se·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
amuseren
amuseerde
geamuseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

amuseren

  1. (overgankelijk) op aangename wijze een indruk op iemand maken, iemand doen (glim)lachen
    De kinderen werden geamuseerd door het optreden van een komiek.
  2. (wederkerend) zich ~ met genoegen scheppen in een activiteit
    Hij amuseerde zich met het zingen van muziek van Dufay vanaf de originele notatie.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen