ageert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ageert

Werkwoord

vervoeging van
ageren

ageert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ageren
    Jij ageert.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ageren
    Hij ageert.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ageren
    Ageert!