ageren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- age·ren
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Latijnse 'agere'
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ageren |
ageerde |
geageerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ageren
- (inergatief) moeite doen om een meest politiek doel te bereiken
- Zij ageerden al jaren voor de sluiting van alle kerncentrales.