aftasten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·tas·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van tasten met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aftasten
tastte af
afgetast
zwak -t volledig

Werkwoord

aftasten

  1. (overgankelijk) aanrakend onderzoeken
    In het pikkedonker tastte hij de muur af om de lichtschakelaar te vinden.