aftasten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·tas·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aftasten |
tastte af |
afgetast |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aftasten
- (overgankelijk) aanrakend onderzoeken
- In het pikkedonker tastte hij de muur af om de lichtschakelaar te vinden.