afstompen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stom·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afstompen
stompte af
afgestompt
zwak -t volledig

Werkwoord

afstompen

  1. (ergatief) zijn scherpheid verliezen
    Dit mes is aardig afgestompt.
  2. (overgankelijk) van zijn scherpheid beroven
    Dat harde ruwe oppervlak stompt je mes snel af.
  3. (overgankelijk) iemands tegenwoordigheid van geest nadelig beïnvloeden
    Hij is door dat geestdodende werk flink afgestompt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen