aflaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·laat
enkelvoud meervoud
naamwoord aflaat aflaten
verkleinwoord aflaatje aflaatjes

Zelfstandig naamwoord

aflaat m

  1. een kwijtschelding van tijdelijke straffen die men zou moeten ondergaan na het sterven, binnen de rooms-katholieke traditie
    In de middeleeuwen kochten veel mensen aflaten tegen woekerprijzen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie