adresboek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- adres·boek
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adresboek | adresboeken |
| verkleinwoord | adresboekje | adresboekjes |
Zelfstandig naamwoord
adresboek o
- een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen
- Hij was het adresboek kwijtgeraakt.
Vertalingen
1. een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen