adopteert

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adop·teert

Werkwoord

vervoeging van
adopteren

adopteert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adopteren
    • Jij adopteert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adopteren
    • Hij adopteert. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van adopteren
    • Adopteert!