adopteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- adop·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Franse adopter of daarvoor van het Latijnse 'adoptare'
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| adopteren |
adopteerde |
geadopteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
adopteren
- (overgankelijk) een kind aannemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een kind aannemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.