abführen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Duits
Uitspraak
- IPA: /ˈapfyːʀn̩/, /ˈapfyːɐ̯n̩/, (duidelijk uitgesproken) /ˈapfyːʀən/
Woordafbreking
- ab·füh·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| abführen /ˈapfyːʀn̩/, /ˈapfyːɐ̯n̩/, /ˈapfyːʀən/ |
führte ab /ˈfyːɐ̯təʔap/ |
abgeführt /ˈapɡəfyːɐ̯t/ |
| zwak | volledig | |
Werkwoord
abführen
- (overgankelijk) afvoeren, wegvoeren
- «Die Täter wurden abgeführt.»
- De dader werd afgevoerd.
- «Der betrunkene und uneinsichtige Unruhestifter musste von der Polizei letztendlich abgeführt werden.»
- De dronken en niet voor reden vatbare onruststokert moest uiteindelijk door de politie weggevoerd worden.
- «Die Täter wurden abgeführt.»
- (overgankelijk) afvoeren, lozen
- «Der Abgasventilator sorgt dafür, dass die Abgase abgeführt werden.»
- De verbrandingsgasventilator zorgt ervoor dat de verbrandingsgassen afgevoerd worden.
- «Dadurch wird die Abwärme abgeführt.»
- Daardoor werd de afgegeven warmte afgevoerd.
- «Der Abgasventilator sorgt dafür, dass die Abgase abgeführt werden.»
- (overgankelijk) afwijken
- «Diese Route führte sie von ihrem ursprünglichen Ziel ab.»
- Deze route week van haar oorspronkelijke doel af.
- «Seine Ausführungen führen vom Thema ab.»
- Zijn uiteenzettingen weken van het thema af.
- «Diese Route führte sie von ihrem ursprünglichen Ziel ab.»
- onovergankelijk afbuigen
- «Genau an dieser Stelle führte früher der Weg von der Straße ab.»
- Precies hier boog vroeger de weg van de straat af.
- «Genau an dieser Stelle führte früher der Weg von der Straße ab.»
- (overgankelijk) afdragen
- «Jede normale Firma muss Steuern an das Finanzamt abführen.»
- Iedere normale firma meot belastingen aan de belastingdienst afdragen.
- «Jede normale Firma muss Steuern an das Finanzamt abführen.»
- onovergankelijk de stoelgang bevorderen, laxeren
- «Man sagt, dass Rhabarber gut abführt.»
- Men zegt dat rabarber de stoelgang bevordert.
- «Man sagt, dass Rhabarber gut abführt.»
- (onovergankelijk) de darmen legen, purgeren
- «Der Patient konnte schon drei Tage nicht abführen.»
- De patiënt kon al drie dagen niet purgeren.
- «Der Patient konnte schon drei Tage nicht abführen.»
- (overgankelijk) (schrift- en printwezen) een zin of tekstgedeelte van één concluderend aanhalingsteken voorzien.
- (overgankelijk) (jachttaal) africhten
- «Die Jagdhunde wurden abgeführt.»
- De jachthonden worden afgericht.
- «Die Jagdhunde wurden abgeführt.»
Synoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
- [1] freilassen
Hyperoniemen
- [1] festnehmen
- [5] zahlen
Afgeleide begrippen
- [1, 2, 4, 5] Abführung
- [6] Abführmittel