aanstelling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·stel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanstelling aanstellingen
verkleinwoord aanstellinkje aanstellinkjes

Zelfstandig naamwoord

aanstelling v

  1. benoeming in een functie, dienst etc.
    Hij heeft een vaste aanstelling in gemeentedienst.
    Tegenwoordig zijn er alleen nog maar kleine aanstellinkjes.
Vertalingen