aanstellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanstellen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·stel·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanstellen |
stelde aan |
aangesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanstellen
- (overgankelijk) iemand ~ tot: benoemen
- Hij werd aangesteld tot bestuurder.
- (wederkerend) zich ~: zich overdreven gedragen, onecht doen
- Ach, stel je niet zo aan!