aanschouwt
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- aan·schouwt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aanschouwen |
aanschouwt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanschouwen
- Jij aanschouwt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanschouwen
- Hij aanschouwt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van aanschouwen
- Aanschouwt!