elektriciteit

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elek·tri·ci·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord elektriciteit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

elektriciteit v

  1. de verzameling verschijnselen die met elektrische lading van doen hebben.
  2. de elektrische stroom als energiedrager.
    Apparaten die elektriciteit nodig hebben kan je op het stopcontact aansluiten.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen