aaibaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aai·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aaibaar aaibaarder aaibaarst
verbogen aaibare aaibaardere aaibaarste

Bijvoeglijk naamwoord

aaibaar

  1. mogelijk om te aaien, benaderbaar
    Wilde konijnen zijn niet zo aaibaar als tamme.
  2. vriendelijk.
    Zij heeft een aaibaar uiterlijk.
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen